AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens strijdigheid met EVRM en Wvggz
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Het verzoek betrof het voortzetten van verplichte zorgmaatregelen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking en toezicht.
De advocaat van betrokkene voerde primair een niet-ontvankelijkheidsverweer aan omdat betrokkene spoorloos was en de maatregel niet ten uitvoer kon worden gelegd. Subsidiair werd verzocht het verzoek af te wijzen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De rechtbank overwoog dat het vertrek van betrokkene met onbekende bestemming in beginsel in zijn risicosfeer ligt, maar dat het verzoek om voortzetting niet ontvankelijk is omdat betrokkene niet gehoord kon worden.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene bij het indienen van het verzoek al spoorloos was en niet bekend was met de procedure. Hierdoor zou verlening van de machtiging in strijd zijn met artikel 5 EVRMPro (recht op vrijheid) en artikel 6:1 lid 1 WvggzPro (recht op hoor en wederhoor). Daarom wees de rechtbank het verzoek af.
De beschikking werd op 19 augustus 2021 gegeven en op 20 augustus 2021 schriftelijk uitgewerkt en openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens strijdigheid met artikel 5 EVRM en artikel 6:1 lid 1 Wvggz.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
Zaaknummer / rekestnummer: C/18/207475 / FA RK 21-2327
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 19 augustus 2021naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
[geboortedatum]
wonende op een geheim, bij de rechtbank bekend, adres,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: [naam advocaat] , kantoorhoudende in [plaats] .
1.Het procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de officier van justitie, ingekomen bij de griffie op 18 augustus 2021.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Groningen d.d. 17 augustus 2021
de medische verklaring d.d. 17 augustus 2021;
een verklaring van de griffie dat het curatele- en bewindregister ten aanzien van betrokkene geen gegevens bevat;
de strafvorderlijke en justitiële gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
de gegevens over een eerder voor betrokkene afgegeven rechterlijke machtiging een maatregelen op grond van de Wet Bopz en Wvggz.
1.3.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:
- de politiegegevens als bedoeld in de Wet Politiegegevens.
1.4.
In verband met de coronabesmettingen heeft de rechtbank besloten om de betrokkene conform het landelijk geldende protocol via Skype (beeldbellen) te horen. Er zijn op dit moment geen mogelijkheden om betrokkene op verantwoorde wijze fysiek te horen.
1.5.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2021. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
[naam] , officier van justitie;
[naam advocaat] ;
[naam] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
2. Het verzoek
2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging voortzetting crisismaatregel te verlenen betreffende betrokkene, op grond waarvan de onderstaande vormen van verplichte zorg kunnen worden verleend:
toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
opnemen in een accommodatie.
3.De beoordeling
3.1.
Op grond van artikel 7:7 WvggzPro in samenhang gelezen met artikel 7:8 WvggzPro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 WvggzPro een crisismaatregel heeft genomen.
3.2.
De advocaat van betrokkene heeft namens hem primair verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in het verzoek. De machtiging voortzetting crisismaatregel kan niet ten uitvoer kan worden gelegd, omdat betrokkene spoorloos is. Subsidiair heeft hij verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
3.3.
Ten aanzien van het ontvankelijkheidsverweer overweegt de rechtbank als volgt. Betrokkene heeft, zich aanstonds, nadat hij bekend is geraakt met het nemen van de crisismaatregel op 17 augustus 2021), aan de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan onttrokken en is met zijn auto met onbekende bestemming vertrokken. Ingevolge artikel 8:1 lid 3 WvggzPro dient de officier van justitie onverwijld tot tenuitvoerlegging over te gaan van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. De wet stelt geen sanctie op het niet (kunnen) naleven van deze bepaling. De rechtbank begrijpt deze bepaling aldus dat, wanneer aan de tenuitvoerlegging niet onmiddellijk gevolg kan worden gegeven bijvoorbeeld doordat betrokkene met onbekende bestemming is vertrokken, dit in beginsel in de risicosfeer van betrokkene ligt. Wel dient de officier van justitie in dat geval, zodra de betrokkene in beeld komt, terstond tot tenuitvoerlegging over te gaan. Gelet op het voorgaande slaagt het ontvankelijkheidsverweer naar het oordeel van de rechtbank niet.
3.4.
Ambtshalve stelt de rechtbank vast dat het verzoek van de officier van justitie dateert van 18 augustus 2021. Betrokkene was toen al met onbekende bestemming vertrokken. Zijn advocaat heeft geen contact met hem gehad in het kader van de crisismaatregel en evenmin in het kader van het onderhavige verzoek. Om die reden en ook anderszins kan niet worden vastgesteld dat betrokkene daarmee bekend was en evenmin dat betrokkene niet bereid is of in staat is om daarover te worden gehoord. De verlening van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel zou om die reden in strijd komen met artikel 5 EVRMPro en artikel 6:1 lid 1 WvggzPro. Gelet hierop dient het verzoek te worden afgewezen.
4.De beslissing
De rechtbank:
4.1.
wijst het verzoek van de officier van justitie af.
Deze beschikking is op 19 augustus 2021 gegeven door mr. S. Stenfert Kroese, rechter, en op 20 augustus 2021 datum schriftelijk uitgewerkt. De beschikking is op diezelfde datum in het openbaar uitgesproken en ondertekend door de rolrechter, bijgestaan door de griffier.
fn. RH
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.