De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het telen van ongeveer 318 hennepplanten en diefstal van stroom in Akkrum gedurende de periode van 15 augustus tot en met 26 september 2019. Verdachte handelde samen met twee medeverdachten, waarbij sprake was van een gelijkwaardige rolverdeling. De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen, mede door de bekennende verklaring van verdachte en het politieproces-verbaal.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoon van verdachte, die een first offender is, en de verstreken tijd sinds de feiten. Ondanks het pleidooi van de verdediging voor een taakstraf zonder voorwaardelijke gevangenisstraf, achtte de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf passend als stok achter de deur. De straf bestaat uit een taakstraf van 130 uren met vervangende hechtenis van 65 dagen bij niet-nakoming, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank benadrukte dat verdachte door zijn handelen heeft bijgedragen aan het in stand houden van een crimineel circuit en dat het gebruik van hennep schadelijke gevolgen kan hebben. De straf is gebaseerd op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en geldt gelijkelijk voor alle medeverdachten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden. Dit vonnis is gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken op 24 augustus 2021.