Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 september 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
(gemachtigde: P.A. van Leerdam).
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker is op 25 mei 2021 aangehouden wegens rijden onder invloed van amfetamine. Naar aanleiding hiervan heeft het CBR op 20 juli 2021 het rijbewijs van verzoeker geschorst en een onderzoek naar rijgeschiktheid opgelegd, waarvan de kosten voor rekening van verzoeker zijn. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om voorlopige voorziening tot opheffing van de schorsing en betaling van de kosten in termijnen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang had, maar dat het belang van de verkeersveiligheid zwaarder woog dan het belang van verzoeker bij het gebruik van zijn rijbewijs. Verzoeker was niet afhankelijk van zijn auto voor inkomen en kon alternatieven inzetten voor vervoer. De regelgeving schrijft dwingend voor dat het rijbewijs geschorst moet worden bij aantreffen van drugs in het bloed en dat betaling van opleggingskosten niet in termijnen mag.
Hoewel verzoeker de kosten hoog vond, kon hij deze op de zitting wel betalen, waardoor geen bijzondere omstandigheden voor uitstel bestonden. De voorzieningenrechter wees het verzoek af, handhaafde de schorsing en verbood betaling in termijnen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de schorsing en betaling van de kosten in termijnen wordt afgewezen; het rijbewijs blijft geschorst.