ECLI:NL:RBNNE:2021:3924
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergoeding eigen bijdrage kinderopvangtoeslag wegens niet-horen en onvoldoende motivering
Eiser maakte aanspraak op vergoeding van de eigen bijdrage kinderopvangtoeslag op grond van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO voor de periode van 16 maart 2020 tot en met 7 juni 2020. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) had namens verweerder een vergoeding toegekend op basis van opvang van 15 uur per maand, terwijl eiser stelde dat hij geen gebruik had gemaakt van opvang en dat de werkelijk betaalde eigen bijdrage hoger was.
Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond zonder hem te horen en gaf onvoldoende specifieke motivering. Eiser voerde aan dat de peildatum van 6 april 2020 onjuistheden bevatte en dat hij geen mogelijkheid had gekregen om deze te corrigeren. Tijdens de zitting was verweerder niet aanwezig, maar diende later een verweerschrift in dat onvoldoende inging op de bezwaren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in strijd met artikel 7:2 Awb Pro ten onrechte heeft nagelaten eiser te horen en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. Hierdoor kon het gebrek niet worden gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.