ECLI:NL:RBNNE:2021:3945
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handel in drugs
De burgemeester van de gemeente Heerenveen legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op, waarmee de woning van verzoekster voor drie maanden werd gesloten wegens aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs en aanhoudende overlast.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat zij zelf geen drugs verkocht en geen kennis had van handel, en dat sluiting grote persoonlijke gevolgen zou hebben. De politie had op diverse momenten drugs aangetroffen en meldingen van aanloop van mogelijke drugsgebruikers ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, dat de handelshoeveelheid drugs en de stelselmatige aanloop voldoende aannemelijk maakten dat de woning een rol speelde in drugshandel, en dat het algemeen belang bij sluiting zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van verzoekster.
Een lichtere maatregel was onvoldoende gebleken, omdat de overlast ook na politieoptreden bleef bestaan. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, met een uitstel van de ingangsdatum van de sluiting met twee weken om verzoekster gelegenheid te geven andere woonruimte te vinden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens handel in drugs wordt afgewezen.