Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen waarin een schadevergoeding werd toegekend voor schade aan het plafond in de voorkamer en het plafond en ornament in de hal van hun boerderij uit 1899. De schade is deels veroorzaakt door een evidente en aantoonbare andere oorzaak, namelijk doorgeroest metaaldraad en spijkertjes, waardoor scheurvorming ontstond. De aardbevingen door mijnbouwactiviteiten hebben deze schade verergerd.
Deskundigen Rademaker en Dobbe hebben onafhankelijk vastgesteld dat de verergering door mijnbouwactiviteiten beperkt is en dat de berekende schadevergoeding van € 3.470,92 inclusief btw passend is. De rechtbank volgt dit oordeel en wijst het beroep af omdat alleen de verergering door mijnbouwschade vergoed hoeft te worden, niet het volledige herstel.
De rechtbank benadrukt dat het pand geen monument is en dat eisers geen contra-expertise hebben ingebracht. Ook is de toegepaste calculatie een maatwerkbegroting die rekening houdt met het cultuurhistorische karakter van het pand. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.