ECLI:NL:RBNNE:2021:4052
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissing tot confiscatie
Veroordeelde, gedetineerd in Italië, stelde beroep in tegen de Nederlandse erkenning en tenuitvoerlegging van een Italiaanse confiscatiebeslissing van €40.100, opgelegd door de Court of Appeals of Reggio Calabria in 2017. Het beroepschrift werd vier dagen te laat ingediend, maar de rechtbank achtte deze geringe overschrijding verontschuldigbaar vanwege de detentiesituatie van veroordeelde.
De raadsman voerde aan dat sprake was van een weigeringsgrond op grond van dubbele veroordeling en dat de confiscatie een preventieve maatregel betrof zonder directe relatie met een specifiek strafbaar feit, wat volgens hem strijdig zou zijn met het EVRM en het eigendomsrecht. De officier van justitie en rechtbank verwierpen deze verweren, stellende dat geen sprake is van dubbele veroordeling en dat toetsing van de buitenlandse procedure niet aan de orde is.
De rechtbank benadrukte het beginsel van wederzijdse erkenning binnen de EU, waardoor zij niet toetst aan de materiële gronden of procedure in Italië. De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie terecht tot erkenning van de confiscatiebeslissing is gekomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van veroordeelde tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Italiaanse confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.