ECLI:NL:RBNNE:2021:4134
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag 2019 terecht herzien, terugvordering voorschot onrechtmatig
Eiseres woonde in 2019 in een huurwoning en vroeg huurtoeslag aan. Verweerder stelde de toeslag definitief vast op nul vanwege een voordeel uit sparen en beleggen van €1, waardoor geen recht op toeslag bestond. Het voorschot van €3.319 werd teruggevorderd. De rechtbank oordeelde dat de herziening van de toeslag terecht was omdat het vermogen op de peildatum hoger was dan de toegestane grens.
Echter, de rechtbank vond dat de terugvordering van het voorschot onevenredig was en in strijd met artikel 26, tweede lid, van de Awir. Eiseres leefde van een bijstandsuitkering met een structureel tekort en kon het vermogen, bestaande uit overwaarde van een koopwoning, niet gebruiken om de huur te betalen. Hierdoor zou terugvordering leiden tot een onomkeerbare schuldenpositie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag, maar gegrond voor het terugvorderingsbesluit. Het bestreden besluit werd vernietigd voor zover het terugvordering betrof, en de terugvordering werd vastgesteld op nihil. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Huurtoeslag 2019 terecht op nihil vastgesteld, terugvordering voorschot van €3.319 vernietigd wegens onevenredigheid.