ECLI:NL:RBNNE:2021:4183

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 september 2021
Publicatiedatum
27 september 2021
Zaaknummer
LEE 21/1508
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep mijnbouwschade wegens termijnoverschrijding

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen waarin geen schadevergoeding werd toegekend. Het primaire besluit dateert van 7 december 2020 en het bezwaar werd ongegrond verklaard op 30 maart 2021. Het beroepschrift werd echter na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken ingediend en ontvangen op 21 mei 2021, terwijl de termijn eindigde op 12 mei 2021.

De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser op de hoogte was van de beroepstermijn en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die het te laat indienen konden rechtvaardigen. Hoewel eiser aanvoerde dat de inschakeling van een werkgroep mijnbouwschade en het machtigen van zijn zoon reden waren voor de late indiening, achtte de rechtbank dit onvoldoende om het verzuim te verontschuldigen.

Op de zitting van 15 september 2021 heeft de rechtbank het beroep behandeld en onmiddellijk daarna mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 21/1508

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder

(gemachtigde: K. Winterink en P. Zoeten).

Procesverloop

In het besluit van 7 december 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser geen schadevergoeding toegekend.
In het besluit van 30 maart 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1.1
De rechtbank stelt vast – zoals ook door eiser is erkend – dat het beroep na afloop van de termijn van zes weken (artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb) is ingediend. De termijn voor het indienen van het beroep eindigde op 12 mei 2021 en het beroepsschrift is gedateerd op 19 mei en meer dan een week na afloop van de termijn, namelijk op 21 mei 2021, ontvangen door de rechtbank.
1.2
Als redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege (artikel 6:11 van Pro de Awb).
1.3
Eiser voert aan dat de late indiening van het beroepschrift te maken heeft met de inschakeling van een werkgroep mijnbouwschade na het bestreden besluit. Na afloop van de termijn heeft eiser zijn zoon gemachtigd en verzocht beroep in te stellen.
1.4
Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij op de hoogte was van de beroepstermijn van zes weken. In het bestreden besluit staat aangegeven op welke manier beroep kan worden ingediend. De jurisprudentie over het niet tijdig indienen van een beroepschrift is strikt.
Uit de stukken in het dossier blijkt dat eiser in staat was om tijdig bezwaar in te dienen en adequaat en snel te reageren op verzoeken en brieven van verweerder. Eiser heeft ter zitting verklaard dat er geen bijzondere omstandigheden speelden in de beroepstermijn die hebben gemaakt dat hij geen beroepschrift kon indienen voor het afloop van de beroepstermijn. Ook met het inschakelen van een werkgroep mijnbouwschade lag het op de weg van eiser om binnen de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen.
De rechtbank ziet in wat eiser naar voren heeft gebracht en ook overigens geen bijzondere omstandigheden waarbij redelijkerwijs moet worden geoordeeld dat eiser niet in verzuim was bij het indienen van het beroepschrift na afloop van de termijn.
Dat betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend.
1.5
Het beroep is niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2021 door
mr. J.W. Sijnstra-Meijer, rechter, in aanwezigheid vanA.J. van Bruggen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.