Op 29 augustus 2019 ontstond een conflict tussen de dochter van verdachte en de aangever, waarna verdachte verhaal ging halen bij aangever. De aangever verklaarde aanvankelijk dat verdachte met een honkbalknuppel het erf opkwam en hem meerdere keren sloeg, maar paste zijn verklaring aan toen bleek dat de knuppel van hemzelf was. De aangever gaf wisselende verklaringen en zijn verhaal werd niet ondersteund door de letselverklaring.
Verdachte verklaarde consistent dat hij werd aangevallen door aangever, die gewapend was met een honkbalknuppel en later met twee messen. Verdachte nam de knuppel af en probeerde afstand te houden, maar werd met messen geslagen. De letselverklaring ondersteunde de verklaring van verdachte.
De rechtbank achtte de verklaringen van aangever onbetrouwbaar en vond geen bewijs dat verdachte mishandeling had gepleegd. Ook het meer subsidiair ten laste gelegde eenvoudige mishandeling werd niet bewezen geacht. De vordering van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en verklaarde de vordering van de benadeelde partij niet ontvankelijk.