ECLI:NL:RBNNE:2021:4330
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering individuele studietoeslag op grond van Participatiewet wegens levenlanglerenkrediet en medische beperking
Eiser, die meerdere studies volgt en een levenlanglerenkrediet ontvangt, vroeg een individuele studietoeslag aan op grond van de Participatiewet. Verweerder wees dit af omdat het levenlanglerenkrediet volgens hem niet gelijkgesteld kon worden aan studiefinanciering zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.
De rechtbank oordeelde dat het levenlanglerenkrediet wel degelijk als studiefinanciering moet worden aangemerkt op grond van artikel 3.1, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000. Het besluit van verweerder was daardoor ondeugdelijk gemotiveerd en berustte op onzorgvuldig onderzoek, wat leidt tot vernietiging van het bestreden besluit.
Echter, de rechtbank stelde ook vast dat eiser niet voldeed aan het criterium van een structurele medische beperking die het verwerven van inkomsten tijdens studie onmogelijk maakt. De medische verklaring en de feitelijke situatie, waarin eiser als taxichauffeur en zzp'er inkomsten verwerft, overtuigden de rechtbank niet van een dergelijke beperking.
Daarom liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en wees de individuele studietoeslag af. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat eiser niet voldoet aan het criterium van een structurele medische beperking.