Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 926,97 ter zake van materiële schade en € 24 .000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
5. [benadeelde partij 4] , tot een bedrag van € 2.000,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
6. [benadeelde partij 5] tot een bedrag van € 157,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
8. [naam 7] namens [benadeelde partij 7] tot een bedrag van € 8.062,68 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 454 dagen.
[slachtoffer 1]in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[benadeelde partij 1]in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[benadeelde partij 2]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 75,00(zegge: vijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2019.
[benadeelde partij 3]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 186,75(zegge: honderdzesentachtig euro en vijfenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2019.
[benadeelde partij 4]in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[benadeelde partij 5]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 157,00(zegge: honderdzevenenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2019.
[benadeelde partij 6]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 160,00(zegge: honderdzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 november 2019.
[naam 7](namens [benadeelde partij 7] ) in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.