ECLI:NL:RBNNE:2021:4359
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens aantreffen harddrugsstoffen
Verzoekster, huurster van een woning waar in een losstaande schuur stoffen voor de productie van harddrugs werden aangetroffen, verzocht om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van haar woning. De burgemeester had een last onder bestuursdwang opgelegd om de woning voor drie maanden te sluiten.
De voorzieningenrechter constateerde dat de aangetroffen stoffen in de schuur bestemd waren voor harddrugsproductie, waardoor de burgemeester bevoegd was tot sluiting. Echter, de woning zelf speelde geen belangrijke rol in de criminele activiteiten en er waren geen aanwijzingen dat verzoekster of haar dochter verwijt treft. Ook zou de sluiting de minderjarige kleindochter treffen.
De rechter oordeelde dat sluiting van de woning niet evenredig was, maar sluiting van de schuur wel proportioneel. Desondanks werd het besluit in zijn geheel geschorst omdat het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde; een vergelijkbare situatie bij een andere woning leidde slechts tot een waarschuwing.
De burgemeester werd opgedragen het beroep op het gelijkheidsbeginsel bij de heroverweging te betrekken en verzoekster kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst vanwege onevenredigheid en het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt.