De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het gezag van de moeder en de juridische vader over twee minderjarigen, en het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
De rechtbank overweegt dat de situatie van de moeder en de biologische vader turbulent was, mede door het overlijden van een baby, waardoor het verzoek tot gezagsbeëindiging wordt aangehouden voor aanvullend onderzoek. De verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wordt toegewezen vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie, persoonlijke problematiek van de moeder, gebrek aan pedagogische vaardigheden en het ontbreken van structureel contact tussen de kinderen en hun biologische ouders.
De biologische vader wordt niet als belanghebbende aangemerkt omdat hij geen gezag heeft, maar als informant. De rechtbank benadrukt dat de kinderen zich in een pleeggezin positief ontwikkelen, maar dat de moeder onvoldoende emotionele aansluiting zoekt en hulp weigert. De behandeling van het verzoek tot gezagsbeëindiging wordt uitgesteld tot na aanvullend onderzoek, terwijl de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden verlengd tot 1 mei 2022.