ECLI:NL:RBNNE:2021:4403
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostenverhaal bestuursdwang na tijdelijke inbeslagname gevaarlijke hond
Eiser had zijn hond meerdere malen in beslag genomen gekregen na bijtincidenten. Na de laatste inbeslagname in augustus 2018 werd de hond pas in mei 2019 teruggegeven. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Assen, had de kosten van opslag en bestuursdwang op eiser verhaald en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat bestuursdwang slechts tijdelijk kan zijn en dat de kostenverhaalperiode daarom beperkt moet worden tot 1 maart 2019, omdat daarna de bewaring onredelijk lang was.
De rechtbank overweegt dat verweerder onvoldoende heeft gehandeld om tot een tijdige terugkeer van de hond te komen, ondanks voorstellen van eiser om maatregelen te treffen. De kosten van opslag vanaf 1 maart 2019 tot de feitelijke teruggave worden daarom niet op eiser verhaald. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, stelt het te verhalen bedrag vast op € 3.298,66 en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van redelijke duur van bestuursdwang en de zorgvuldigheid die het bestuursorgaan moet betrachten bij het verhalen van kosten, zeker bij tijdelijke inbeslagname van eigendommen zoals een hond die als gevaarlijk is aangemerkt.
Uitkomst: De rechtbank matigt het te verhalen bedrag aan kosten bestuursdwang tot € 3.298,66 vanwege de te lange duur van de inbewaringstelling.