Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] ,
[gedaagde]
€ 747,00
Rechtbank Noord-Nederland
De werknemer is sinds juni 2020 ziek uitgevallen en startte in augustus 2021 met re-integratie in het tweede spoor. De werkgever weigerde echter de werknemer te laten re-integreren in het eerste spoor, ondanks herhaalde adviezen van de bedrijfsarts en het UWV om dit te doen. De werknemer vordert daarom in kort geding dat de werkgever wordt veroordeeld om de re-integratie in het eerste spoor te starten.
De werkgever voert aan dat het spoedeisend belang ontbreekt en beroept zich op een arbeidsconflict en organisatorische beperkingen die re-integratie in het eerste spoor onmogelijk maken. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever onvoldoende heeft gemotiveerd waarom re-integratie in het eerste spoor niet mogelijk is en dat het niet opvolgen van de adviezen van de bedrijfsarts kwalificeert als handelen in strijd met goed werkgeverschap.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat het herstel van de werknemer is vertraagd door de weigering van de werkgever om met re-integratie in het eerste spoor te starten. Daarom wordt de werkgever veroordeeld om binnen drie dagen na dagtekening van het vonnis de werknemer te laten re-integreren in het eerste spoor conform de bedrijfsartsadviezen, onder verbeurte van een dwangsom van €500 per dag met een maximum van €10.000. Tevens wordt de werkgever veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld om werknemer binnen drie dagen te laten re-integreren in het eerste spoor met een vast rooster onder verbeurte van een dwangsom.