ECLI:NL:RBNNE:2021:4425
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig productiemedewerker, vroeg op 17 mei 2020 een WIA-uitkering aan nadat zijn dienstverband was geëindigd en hij een periode van ziekte had doorgemaakt. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser volgens de functionele mogelijkhedenlijst (FML) meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en slechts 17,52% arbeidsongeschikt was.
Eiser voerde aan dat hij niet adequaat lichamelijk was onderzocht en dat zijn medische klachten, waaronder artrose en duizeligheid, niet correct waren beoordeeld. Verweerder stelde dat de verzekeringsartsen voldoende dossieronderzoek hadden gedaan, eiser meerdere keren hadden gesproken, en dat er geen medische gronden waren om af te wijken van de oorspronkelijke beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat eiser geen objectieve medische informatie had aangeleverd die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde. De urenbeperking werd niet langer als noodzakelijk gezien. De rechtbank concludeerde dat eiser in staat is tot algemeen geaccepteerde arbeid en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat de arbeidsongeschiktheid correct is vastgesteld.