ECLI:NL:RBNNE:2021:4491
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedrijfsmatige hennepteelt
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het bezit van een koolstoffilter, meerdere TL-armaturen met metalen kettingen en een ruimte op zolder die geschikt zou zijn voor de kweek van hennep. Het openbaar ministerie stelde dat deze voorwerpen en ruimte bestemd waren voor bedrijfsmatige of grootschalige hennepteelt, wat strafbaar is volgens artikel 11a van de Opiumwet.
Tijdens de zitting op 5 oktober 2021 betoogde de officier van justitie dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om aan te tonen dat verdachte wetenschap had van de aard en bestemming van de aangetroffen goederen en ruimte. Ook de verdediging voerde aan dat verdachte vrijgesproken moest worden.
De rechtbank overwoog dat hoewel de ruimte en voorwerpen geschikt waren voor hennepteelt, het ging om een kleine, grotendeels ontmantelde kwekerij met een beperkt aantal voorwerpen, omgeven door niet-relevante spullen zoals speelgoed en kerstversiering. Er was geen overtuigend bewijs dat de voorwerpen nog functioneerden of bestemd waren voor grootschalige hennepteelt.
Daarom werd het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen geacht en sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wetenschap had van de bestemde voorwerpen en ruimte voor hennepteelt.