ECLI:NL:RBNNE:2021:4546
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte witwassen wegens ontbreken bewijs en aanmerkelijk onvoorzichtig handelen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 28 oktober 2021 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van circa 1883 euro via zijn bankrekening in augustus 2014. Verdachte werd ervan verdacht zijn bankpas en rekening ter beschikking te hebben gesteld aan een medebewoner, die mogelijk strafbaar geld via die rekening heeft laten lopen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor medeplegen wegens onvoldoende bewijs, maar wel veroordeling voor medeplichtigheid aan witwassen. De verdediging betoogde dat verdachte geen opzet had en niet kon vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor medeplegen en ook voor medeplichtigheid. De verklaring van verdachte dat hij geen idee had van misbruik van zijn rekening achtte de rechtbank aannemelijk. Er was geen aanwijzing voor schuldwitwassen of aanmerkelijk onvoorzichtig handelen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs en geen aanmerkelijk onvoorzichtig handelen.