ECLI:NL:RBNNE:2021:4551
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geen strafoplegging voor medeplichtigheid aan witwassen en valse aangifte wegens overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 28 oktober 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan witwassen en het doen van een valse aangifte in 2016.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte haar bankpas en pincode aan anderen ter beschikking had gesteld, waarmee een bedrag van circa 3369 euro werd witgewassen. Daarnaast deed zij in oktober 2016 een valse aangifte van identiteitsfraude, wetende dat dit niet had plaatsgevonden. De rechtbank achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primair ten laste gelegde feit en veroordeling zonder strafoplegging voor het subsidiaire feit en de valse aangifte. De rechtbank volgde dit en hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn, zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro en artikel 63 Sr Pro.
Gezien de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en het reclasseringsadvies, maar ook de overschrijding van de redelijke termijn, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen conform artikel 9a Sr.
De uitspraak benadrukt het belang van een tijdige berechting en het waarborgen van het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar bevonden maar er is geen straf of maatregel opgelegd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.