ECLI:NL:RBNNE:2021:4568
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs witwassen door twijfel aan herkenning
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van witwassen door het opnemen van geld met een bankpas van een ander op 14 januari 2016 te Hoogeveen. Het openbaar ministerie eiste een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk.
Het enige directe bewijsmiddel was een proces-verbaal van herkenning van verdachte op beelden van geldopnames. De verdediging betwistte deze herkenning gemotiveerd en wees op de aanwezigheid van twee broers van verdachte die sterk op hem lijken en eveneens als verdachte in het dossier voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat uit het proces-verbaal niet duidelijk blijkt op welke feiten en omstandigheden de herkenning is gebaseerd. Hierdoor bestaat gerede twijfel of verdachte daadwerkelijk op de beelden staat of dat sprake is van persoonsverwisseling.
Gezien deze twijfel acht de rechtbank het bewijs onvoldoende om verdachte te veroordelen. Daarom verklaart de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte vrij van witwassen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs door twijfel aan herkenning op beelden.