ECLI:NL:RBNNE:2021:4577

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 september 2021
Publicatiedatum
28 oktober 2021
Zaaknummer
18/930014-20
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen geldbedrag via bankrekening

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 september 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het witwassen van een geldbedrag van ongeveer 3660 euro via zijn bankrekening in augustus 2014.

De tenlastelegging hield in dat verdachte dit geld, afkomstig uit een misdrijf, zou hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet of gebruikt, al dan niet samen met anderen. Daarnaast werd hem mede ten laste gelegd dat hij opzettelijk zijn bankpas en pincode aan anderen zou hebben verstrekt om het geld te laten gebruiken.

Na beoordeling van het bewijs oordeelde de rechtbank, net als het openbaar ministerie en de verdediging, dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Hierdoor sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij de rechters S. Timmersmans, W.S. Sikkema en J. van Bruggen het vonnis hebben gewezen en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor witwassen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
Parketnummer 18/930014-20
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 september 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
wonende [straatnaam] te [woonplaats].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het inhoudelijke onderzoek ter terechtzitting van 16 september 2021.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.Y. van der Pol, advocaat te Vries. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Houwink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 11 tot en met 12 augustus 2014, althans augustus 2014, te Beilen en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, (telkens)
(van) een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld, zijnde in totaal (ongeveer) 3660 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt,
immers heeft/hebben verdachte en/of die ander(en) (meermalen) dat/die geldbedrag(en) op verdachtes bankrekening [rekeningnummer] ontvangen en/of ter beschikking gekregen,
terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
een of meer onbekend gebleven persoon/personen in of omstreeks de periode van 11 tot en met 12 augustus 2014, althans in augustus 2014, te Beilen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
(van) een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld, zijnde in totaal (ongeveer) 3660 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt,
immers heeft/hebben die persoon/personen (meermalen) dat/die geldbedrag(en) op verdachte bankrekening [rekeningnummer] ontvangen en/of ter beschikking gekregen,
terwijl die persoon/personen (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk zijn bankpas (met pincode) aan die persoon/personen of een ander verstrekt of doen toekomen, althans ter beschikking gesteld, en/of toegestaan dat zijn bankpas en/of bijbehorende rekeningnummer werd gebruikt door die persoon/personen of ander(en).

Beoordeling van het bewijs

Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de verdediging, het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Timmersmans, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. J. van Bruggen, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker-Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 september 2021.