ECLI:NL:RBNNE:2021:4659

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 oktober 2021
Publicatiedatum
2 november 2021
Zaaknummer
18/171342-21 ontneming
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil na diefstalveroordeling

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 19 oktober 2021 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in een zaak waarin veroordeelde was veroordeeld voor meerdere diefstallen.

De officier van justitie had aanvankelijk een bedrag van €3.254,25 gevorderd als ontnemingsbedrag. Tijdens de zitting verklaarde veroordeelde dat hij ongeveer €1.000 had verdiend met de verkoop van gestolen goederen. De rechtbank achtte dit bedrag aannemelijk.

Bij het strafvonnis was tevens een schadevergoedingsmaatregel toegekend aan de benadeelde partij Intertoys Heerhugowaard ter hoogte van €1.569,90, welke nog niet was voldaan maar waarvan betaling was toegezegd. Gezien deze omstandigheden en de persoonlijke situatie van veroordeelde besloot de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil vast te stellen en geen betalingsverplichting aan de Staat op te leggen.

De beslissing is genomen op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en houdt rekening met de reeds toegekende schadevergoeding aan de benadeelde partij.

Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op nihil en er wordt geen betalingsverplichting aan de Staat opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/171342-21
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 19 oktober 2021 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen

[veroordeelde],

veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],
thans gedetineerd te [instelling].

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 12 oktober 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 3.254,25 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/171342-21 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 19 oktober 2021.

Bewijsmiddelen

De rechtbank baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de volgende bewijsmiddelen:
1. De door veroordeelde ter zitting van 19 oktober 2021 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Ik heb ongeveer € 1000,00 verdiend met de verkoop van de gestolen dozen Lego.

Beoordeling

De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 19 oktober 2021 in de zaak met parketnummer 18/171342-21 veroordeeld ter zake van de bewezenverklaarde feiten 1., 2. primair, 3., 4. en 5. welke worden gekwalificeerd als:
1. Diefstal.
2. primair Diefstal, meermalen gepleegd.
3. Diefstal, meermalen gepleegd.
4. Diefstal.
5. Diefstal.
De rechtbank zal de officier van justitie volgen in zijn gewijzigde vordering ter zitting en het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststellen op nihil.
Veroordeelde heeft ter zitting verklaard dat hij een bedrag van € 1.000,00 aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. Een dergelijk bedrag komt de rechtbank niet onaannemelijk voor.
Bij het vonnis in de strafzaak heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij Intertoys Heerhugowaard toegekend tot een bedrag van € 1.569,90. Ingevolge artikel 36e, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht worden bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering gebracht “voor zover die zijn voldaan”. Hoewel veroordeelde het bedrag nog niet heeft voldaan - maar hij wel heeft toegezegd deze te voldoen en de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd - en rekening houdende met de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde, zal de rechtbank in dit bijzondere geval rekening houden met de toewijzing van de nog niet voldane vordering van de benadeelde partij.
Gelet op het bovenstaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk genoten voordeel wordt geschat, vast op nihil en zal derhalve geen betalingsverplichting aan de Staat opleggen aan veroordeelde.

Toepassing van de wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op nihil.
Deze uitspraak is gegeven door mr. M.M. Spooren, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. J.H.S. Kroeze, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Lenting, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 oktober 2021.