ECLI:NL:RBNNE:2021:4739
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ambtshalve vermindering aanslag IB/PVV 2013 wegens termijnoverschrijding en geen recht op dwangsom
Eisers, fiscaal partners waarvan één werkzaam bij de Belastingdienst, verzochten om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2013 met betrekking tot de vermogensrendementsheffing. Verweerder wees deze verzoeken af vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn volgens artikel 45aa van de Uitvoeringsregeling Wet IB 2001. Eisers maakten bezwaar tegen deze afwijzingen en stelden verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op de bezwaren.
De rechtbank overwoog dat de bezwaren kennelijk ongegrond waren omdat de verzoeken te laat waren ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Eisers voerden aan dat zij pas na afloop van de termijn wisten dat de vermogensrendementsheffing mogelijk in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, maar volgens vaste jurisprudentie kan latere jurisprudentie geen verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen.
Hoewel eisers zijn gehoord in de bezwaarfase, leidt dit niet tot een ander oordeel. Verweerder hoefde niet te twijfelen aan de ongegrondheid van de bezwaren en kon afzien van het horen. De rechtbank wees de beroepen af en kende geen dwangsommen toe. Er was ook geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen IB/PVV 2013 worden ongegrond verklaard en er worden geen dwangsommen toegekend.