Eiser werd op 9 juni 2021 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) geplaatst in een Handhaving en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een maatregel van beperking van vrijheid opgelegd. Dit volgde op incidenten waarbij eiser grensoverschrijdend en seksueel intimiderend gedrag zou hebben vertoond, waaronder tegenover minderjarige meisjes en een huisarts.
Eiser betwistte de kwalificatie van zijn gedrag en voerde aan dat er sprake is van ernstige psychiatrische problematiek, waaronder schizofrenie, wat een contra-indicatie vormt voor plaatsing in een HTL. Hij stelde dat alternatieve zorgtrajecten, zoals opname in een psychiatrische kliniek, niet voldoende zijn onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van eiser weliswaar grensoverschrijdend was en een grote impact had, maar dat het besluit tot plaatsing in de HTL onzorgvuldig tot stand is gekomen. Er was onvoldoende aangetoond dat een geschiktere plek, zoals een IBO of kliniek, niet beschikbaar was. Daarom werd het besluit vernietigd en de vrijheidsbeperkende maatregel opgeheven. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend en werden de proceskosten verdeeld over de verweerders.