ECLI:NL:RBNNE:2021:4975
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting tuincentrum wegens assortiment bestemd voor grootschalige hennepteelt
Verzoeker, huurder van een bedrijfspand waarin hij een tuincentrum exploiteert, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om het pand voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester stelde dat het assortiment hoofdzakelijk bestemd was voor beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt.
De politie en gemeente voerden meerdere onderzoeken uit, waaronder een inspectie en analyse van inkoopgegevens, die aantoonden dat het tuincentrum een groot aantal goederen verkocht die hoog scoren op bedrijfsmatig handelen in hennepteelt. Daarnaast waren er aanwijzingen dat het pand een schakel vormde in de productie en distributie van drugs, onder meer door contacten met personen met Opiumwet-antecedenten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de maatregel geschikt, noodzakelijk en evenredig was. Verzoekers betoog dat de winkel ook algemene tuinartikelen verkoopt en dat sluiting disproportioneel is, werden verworpen. De sluiting werd gezien als een effectief middel om het pand uit de drugsketen te halen.
Het verzoek om voorlopige voorziening om de sluiting op te schorten werd afgewezen. De uitspraak is definitief en hoger beroep is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het tuincentrum wordt afgewezen.