Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Deze opgave luidt als volgt:
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 16 februari 2021 de zaak tegen verdachte die medeplichtigheid aan hennepteelt werd ten laste gelegd. Verdachte werd primair beschuldigd van medeplegen van hennepteelt in een loods te Sappemeer, maar de rechtbank sprak hem hiervan vrij wegens onvoldoende bewijs van nauwe samenwerking. Wel werd vastgesteld dat verdachte in de periode van september tot oktober 2017 werkzaamheden verrichtte in de hennepkwekerij, zoals water geven en schoonmaken van planten.
De rechtbank kwalificeerde deze gedragingen als medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet. Verdachte had een ondersteunende rol en leverde een bijdrage aan de handel en verspreiding van softdrugs. De strafzaak kende een overschrijding van de redelijke termijn, wat de rechtbank meenam in de strafmaat.
De officier van justitie had een onvoorwaardelijke taakstraf van 50 uren geëist, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. De verdediging pleitte voor een taakstraf van 50 uren waarvan 25 voorwaardelijk. De rechtbank legde uiteindelijk een onvoorwaardelijke taakstraf van 50 uren op, met vervangende hechtenis van 25 dagen bij niet-nakoming.
De straf weerspiegelt de ernst van de zaak, de beperkte maar bewuste rol van verdachte, en de gevolgen van grootschalige hennepteelt. Verdachte werd vrijgesproken van het meer of anders ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 50 uren wegens medeplichtigheid aan hennepteelt.