ECLI:NL:RBNNE:2021:4995

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 november 2021
Publicatiedatum
22 november 2021
Zaaknummer
18/250481-20 ontneming
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij mensenhandel in prostitutie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 november 2021 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die werd veroordeeld voor mensenhandel met uitbuiting in de prostitutie. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat verdachte uit dit strafbare feit had behaald.

Hoewel een rapport een bedrag van €17.944,08 aan wederrechtelijk verkregen voordeel schatte, nam de rechtbank dit niet als uitgangspunt vanwege onjuiste aannames in het rapport. De rechtbank stelde vast dat verdachte niet alle verdiensten van het slachtoffer ontving, mede doordat er contante stortingen op de rekening van het slachtoffer waren en verdachte geld aan de moeder van het slachtoffer stuurde op verzoek van het slachtoffer.

De rechtbank baseerde de ontnemingsmaatregel op het totaalbedrag van geld dat verdachte via moneytransfers verstuurde, exclusief de bedragen aan de moeder van het slachtoffer, en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €10.533,14. Tevens werd de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd vastgesteld op 87 dagen.

Uitkomst: De rechtbank legt een ontnemingsmaatregel van €10.533,14 op aan verdachte wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensenhandel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/250481-20
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 22 november 2021 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,
niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen en zonder bekende woon- of verblijfplaats,
verblijvende in de PI Leeuwarden, Holstmeerweg 7 te Leeuwarden.

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 18 februari 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 17.944,08 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/222131-20 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 8 november 2021.

Beoordeling

De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 22 november 2021 in de zaak met parketnummer 18/250481-20 veroordeeld ter zake mensenhandel gepleegd ten opzichte van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van dit door hem gepleegde strafbare feit. [slachtoffer] ontkent echter dat zij is uitgebuit en heeft geen volledig inzicht in haar situatie gegeven, hetgeen het voor de rechtbank lastig maakt om vast te stellen hoeveel wederrechtelijk verkregen voordeel veroordeelde heeft genoten.
In het dossier bevindt zich een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: het rapport) waarin wordt geconcludeerd dat veroordeelde naar schatting
€ 17.944,08 van [slachtoffer] (bestaande uit haar verdiensten als prostituee) heeft ontvangen. De rechtbank zal dit rapport echter niet als uitgangspunt nemen voor (het schatten van) het door veroordeelde verkregen voordeel, nu het rapport bij de berekening van dit bedrag uitgaat van de onjuiste veronderstelling dat veroordeelde alle verdiensten van [slachtoffer] ontving. Dat dit onjuist is, leidt de rechtbank af uit het (door dezelfde verbalisant opgemaakte) financiële dossier waarin bijvoorbeeld is vastgesteld dat er diverse malen contant geld op [slachtoffer] ’s rekening is gestort en dat verdachte geld aan de moeder van [slachtoffer] heeft gestuurd (waarvan [slachtoffer] heeft verklaard dat zij hem had gevraagd dit te doen).
De rechtbank acht onvoldoende informatie voorhanden om te kunnen schatten welk deel van de verdiensten van [slachtoffer] aan verdachte werd afgestaan.
Zoals overwogen in het onderliggende vonnis gaat de rechtbank er in ieder geval - gelet op het gebrek aan eigen inkomsten van verdachte in combinatie met de inhoud van de tapgesprekken - vanuit dat al het in de bewezenverklaarde periode door verdachte per moneytransfer verstuurde geld (en de hiervoor betaalde commissie) verdiensten van [slachtoffer] betreffen. De rechtbank ziet de door verdachte aan de moeder van [slachtoffer] verstuurde bedragen niet als wederrechtelijk verkregen voordeel, nu deze bedragen op verzoek van [slachtoffer] zelf werden verstuurd. De door verdachte aan anderen verstuurde bedragen zijn (inclusief commissie) opgeteld een totaalbedrag van € 10.533,14. [1]
De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde dan ook vast op dit bedrag.

Toepassing van de wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 10.533,14.
Legt
[verdachte]voornoemd de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van € 10.533,14 (zegge: tienduizendvijfhonderddrieëndertig euro en veertien eurocent) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 87 dagen.
Deze uitspraak is gegeven door mr. J.V. Nolta, voorzitter, mr. A. Jongsma en mr. S.T. Kooistra, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 november 2021.
Mrs. Nolta en Kooistra zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het overzicht van moneytransfers van RIA Financial Services opgenomen op p.40 en 49 e.v. map 4 van het dossier NNRCC20004-GOLF, gesloten op 11 februari 2021.