Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beslissing
5.Beslissing
dinsdag 9 november 2021in tegenwoordigheid van de griffier.
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De minderjarige heeft de rechtbank verzocht om de ondertoezichtstelling op te heffen, de omgangsregeling met haar vader stop te zetten en haar moeder het eenhoofdig gezag te geven. De kinderrechter heeft vastgesteld dat alleen het verzoek tot stopzetting van de omgangsregeling door de minderjarige zelf wordt gewenst. De verzoeken tot opheffing van de ondertoezichtstelling en wijziging gezag zijn niet door de minderjarige zelf ingediend, waardoor hierover niet wordt beslist.
De omgangsregeling met de vader is sinds 2020 vastgesteld op minimaal twee uren per zes weken onder begeleiding. De minderjarige geeft aan geen contact meer met haar vader te willen vanwege negatieve herinneringen. De moeder en vader zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming benadrukken het belang van contact tussen de minderjarige en haar vader voor haar ontwikkeling.
De rechtbank besluit de omgangsregeling tijdelijk stop te zetten voor zes maanden, waarbij de regie over de invulling en uitvoering bij de gecertificeerde instelling ligt. Gedurende deze periode wordt hulp georganiseerd om de minderjarige te ondersteunen bij het hervatten van contact met haar vader. Na zes maanden wordt de omgangsregeling hervat zoals vastgesteld, met minimaal twee uren per zes weken onder begeleiding. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De omgangsregeling wordt tijdelijk stopgezet met regie bij de gecertificeerde instelling en na zes maanden hervat onder begeleiding.