De rechtbank Noord-Nederland heeft een 51-jarige man veroordeeld voor het bezit van kinderpornografische afbeeldingen die door een toen elfjarig slachtoffer op zijn verzoek zijn vervaardigd en naar hem zijn gestuurd. De man werd echter vrijgesproken van het plegen van ontuchtige handelingen, omdat onvoldoende steunbewijs was voor een zodanige interactie tussen verdachte en slachtoffer die ontucht met iemand zou rechtvaardigen.
De tenlastelegging betrof het bezit van meerdere foto’s en filmpjes van het slachtoffer, die seksuele gedragingen toonden, en het plegen van ontuchtige handelingen door het slachtoffer daartoe aan te zetten. De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van verdachte en slachtoffer, chatberichten en politieonderzoek. De verklaring van het slachtoffer werd ondersteund door het chatverkeer en de bekentenis van verdachte dat hij seksueel getinte gesprekken voerde en beeldmateriaal ontving.
De rechtbank verwierp het verweer dat het beeldmateriaal ongevraagd was toegezonden en direct verwijderd, en oordeelde dat het bezit wettig en overtuigend was bewezen. De straf werd gematigd tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 80 uren, mede vanwege het beperkte aantal afbeeldingen en het lage recidiverisico.
De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen omdat het feit waarop de schade zou zijn gebaseerd niet bewezen werd verklaard. De rechtbank bepaalde dat de kosten door beide partijen gedragen worden.