Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte]
wonende te [straatnaam], [woonplaats].
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 november 2021 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het medeplegen van het telen van 597 hennepplanten in de periode van december 2019 tot januari 2020 in Triemen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak vanwege gebrek aan voldoende bewijs. De verdediging voerde aan dat de verklaring van medeverdachte onvoldoende duidelijkheid gaf over de betrokkenheid van verdachte en de aard van de hulp die verdachte zou hebben verleend.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs beperkt bleef tot verklaringen van medeverdachte en enkele sms-berichten, zonder concrete aanwijzingen van betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij. Verdachte ontkende betrokkenheid en er kon niet worden vastgesteld dat hij de Armeense man was die medeverdachte hielp.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van medeplegen telen hennep.