ECLI:NL:RBNNE:2021:5072
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en schadeherstel bij mijnbouwschade woning Groningen
Eiser werd in november 2019 eigenaar van een woning met eerder gemelde mijnbouwschade. De vorige eigenaar had meerdere schades bij de NAM/Centrum Veilig Wonen gemeld, waarvan de afhandeling later werd overgenomen door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen en vervolgens verweerder.
Verweerder kende aan eiser een schadevergoeding toe, deels gebaseerd op adviezen van deskundigen van schade-expertisebureau CED. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat de schades opnieuw waren ontstaan na herstel, waardoor verweerder bevoegd zou zijn om de schade te behandelen.
De rechtbank constateert tegenstrijdige informatie over het herstel van de schades. De deskundigen concludeerden echter dat de schades identiek zijn aan de eerder gemelde schades en dat herstel onmogelijk was, gezien het karakteristieke verloop van scheuren. Eiser leverde geen bouwkundige contra-expertise.
Op grond van artikel 2, vierde lid, van de Tijdelijke Wet Groningen is verweerder niet bevoegd om schades te behandelen die voor 31 maart 2017 zijn gemeld, behalve voor verergeringen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat alleen voor de verergeringen van schades 1 en 17 een vergoeding is toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de schades identiek zijn aan eerder gemelde schades en verweerder niet bevoegd is tot vergoeding behalve voor verergeringen.