De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 maart 2021 een beschikking gegeven in een WHOA-procedure waarbij verzoeker, een onderneming actief in het plaatsen van badkamers, een afkoelingsperiode heeft gevraagd tegen een schuldeiser die faillissement had aangevraagd.
Verzoeker kampte met betalingsproblemen door corona-gerelateerde omzetdalingen en was bezig met het aanbieden van een akkoord aan zijn schuldeisers. Een schuldeiser had echter faillissement aangevraagd, wat het akkoord dreigde te doorkruisen. De rechtbank stelde vast dat verzoeker een besloten akkoordprocedure had gekozen en dat de rechtbank rechtsmacht en relatieve bevoegdheid had.
De rechtbank oordeelde dat de afkoelingsperiode noodzakelijk was om de onderneming voort te zetten en dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers daarmee gediend waren. De schuldeiser die faillissement had aangevraagd, had inmiddels ingestemd met het akkoord, waardoor zijn belangen niet wezenlijk werden geschaad.
De rechtbank kondigde daarom een afkoelingsperiode van twee maanden af jegens deze schuldeiser, waarbij diens bevoegdheid tot verhaal op goederen werd beperkt en het faillissementsverzoek werd geschorst. Dit biedt verzoeker de ruimte om het akkoord af te ronden.