Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Assen
[verdachte] ,
wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .
Rechtbank Noord-Nederland
Op 31 december 2020 stichtte verdachte medeplegend brand door met zijn auto een sloopvoertuig naar een vuur te slepen, waardoor dit voertuig in brand werd gestoken en gemeen gevaar voor de weg ontstond. Tevens maakte verdachte opzettelijk transportboeien, eigendom van de politie, onbruikbaar door deze in het water te gooien.
De rechtbank oordeelde dat verdachte een nauwe en bewuste samenwerking had met mededaders, waarbij zijn bijdrage cruciaal was voor het plegen van de brandstichting. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts een beperkte rol had, maar dit werd verworpen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
De rechtbank hield rekening met de psychische kwetsbaarheid van verdachte en zijn therapietrouw bij de GGZ-behandeling. Gezien de ernst van de feiten en de persoon van verdachte werd een taakstraf van 50 uren passend geacht, zonder de door het OM gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Vorderingen van de politie en gemeente tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende bewijs en procedurele gronden. De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland en het vonnis werd uitgesproken op 2 december 2021.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren wegens medeplegen brandstichting en het opzettelijk wegmaken van transportboeien.