ECLI:NL:RBNNE:2021:510
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.A.B. Faber
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbeurde dwangsommen en proceskosten na niet-afgifte roerende goederen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een civiele zaak tussen eiseres en gedaagde over de afgifte van roerende goederen en betaling van dwangsommen en proceskosten. Eiseres vorderde onder meer een verklaring voor recht dat gedaagde niet aan een arrest uit 2012 had voldaan, betaling van dwangsommen wegens niet-afgifte, schadevergoeding en een restantbetaling. Gedaagde voerde verweer, onder meer dat hij alle goederen had afgegeven, dat dwangsommen waren verjaard en dat hij het volledige bedrag had voldaan.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde slechts gedeeltelijk aan zijn afgifteplicht had voldaan: twee goederen waren niet conform het arrest geleverd. Hierdoor waren dwangsommen verbeurd. Echter, de verbeurde dwangsommen waren verjaard omdat de incassomogelijkheid zes maanden na verbeuren was verstreken, mede door derdenbeslag dat de executie verhinderde. Een nieuwe verjaringstermijn voor dwangsommen was niet aangevangen.
De vorderingen tot schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook de vordering tot betaling van een restantbedrag werd afgewezen, omdat gedaagde dit bedrag reeds ruimschoots had voldaan. De rechtbank oordeelde dat de afgifte een haalschuld bleef en dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat deze een brengschuld was geworden. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Gedaagde heeft niet volledig aan afgifteplicht voldaan, dwangsommen zijn verbeurd maar verjaard; overige vorderingen afgewezen; eiseres veroordeeld in proceskosten.