Verzoekster heeft de rechtbank verzocht haar officiële voornaam te wijzigen van 'voornaam A tweede voornaam' naar 'voornaam B tweede voornaam'. Zij stelt dat haar ouders een fout hebben gemaakt bij de geboorteaangifte en dat zij in het dagelijks leven de roepnaam 'voornaam B' gebruikt. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een kennelijke fout bij de geboorteaangifte, maar erkent dat verzoekster haar hele leven al de roepnaam 'voornaam B' gebruikt.
Tijdens de mondelinge behandeling licht verzoekster toe dat zij een negatieve associatie heeft met haar officiële voornaam, omdat zij vernoemd is naar haar oma met wie zij een slechte band had, en dat zij vroeger gepest is met die naam. Dit veroorzaakt hinder, vooral bij officiële gelegenheden zoals haar diploma-uitreiking, waar zij geconfronteerd wordt met haar officiële voornaam.
De rechtbank weegt deze objectieve factoren mee in de belangenafweging en stelt vast dat het persoonlijk belang van verzoekster voldoende zwaarwegend is om de voornaamswijziging toe te staan. De instemming van haar ouders en het feit dat de initialen onveranderd blijven, ondersteunen dit besluit. De rechtbank wijst het verzoek tot voornaamswijziging toe en draagt de griffier op dit aan de burgerlijke stand te melden.