Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[B.V. 1] ., te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Doetinchem, verweerder
Procesverloop
Hierbij stel ik u op 16 september 2020, om 10.00 in gelegenheid om gehoord te worden. Bij het vaststellen van deze datum heb ik rekening gehouden met de mij bekende zittingsdagen MRB en BPM bij rechtbanken en hoven en de mij bekende hoorzittingen.”
Heden heb ik uw brief met dagtekening 1 september 2020 betreffende uitnodiging
Geachte [gemachtigde van verweerder] ,
Het bezoekadres voor inzage en horen is Hamburgerbroeklaan 12 te Doetinchem. Het is ook mogelijk telefonisch of per tweezijdige videoverbinding gehoord te worden. Indien u gebruik wilt maken van één van deze alternatieven of van de mogelijkheid om de dossiers elektronisch te ontvangen, verzoek ik u om mij dat uiterlijk binnen één week na dagtekening van deze brief te laten weten.
heden 22 december 2020 ontving ik uw brieven met dagtekening van 17 december 2020 inzake uitnodigingen voor fysieke hoorzitting op 22 januari 2021. U merkt op dat bij wijze van uitzondering u ook dossiers toestuurt, dat aanbod doe ik u al maanden , sinds de eerste
Ik moet aldus helaas ook afzeggen voor de uitnodiging van 1 en 5 februari 2021. Ik herhaal de mogelijkheid, die u om uw moverende redenen maar blijft weigeren, de dossiers in partijen van 25 stuks per week digitaal door te sturen.”
Beslissing
- verklaart de beroepen met zaaknummers 21/1007 tot en met 21/1011 en 21/1013 en 21/1014 ongegrond;
- verklaart het beroep met zaaknummer 21/1012 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de op aangifte verschuldigde belasting voor het tijdvak juli 2019;
- vermindert de verschuldigde belasting voor het tijdvak juli 2019 tot € 22.729;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- gelast verweerder belastingrente te vergoeden over de teruggaaf over het tijdvak juli 2019 overeenkomstig artikel 30ha Awr;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 500, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan tot aan de dag van voldoening;
- draagt verweerder op de betaalde griffierechten van in totaal € 720 aan eiseres te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan tot aan de dag van voldoening;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.465,50, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan tot aan de dag van voldoening.