Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
cjib-zaaknummer 300000158
Rechtbank Noord-Nederland
De veroordeelde heeft beroep ingesteld tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebeslissing van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Henegouwen, België, waarbij een bedrag van €64.400 is opgelegd. De rechtbank Noord-Nederland heeft de bevoegdheid het beroep te behandelen en heeft het beroep tijdig ontvangen.
De rechtbank toetst of de officier van justitie in redelijkheid tot de beslissing tot erkenning heeft kunnen komen, zonder in te gaan op de buitenlandse rechtsgang of beslissing zelf. De verdediging voerde aan dat het opgelegde bedrag niet duidelijk is en dat er geen sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel, maar dit beroep op een weigeringsgrond wordt verworpen omdat het certificaat voldoet aan de wettelijke eisen.
Verder stelde de verdediging dat de redelijke termijn is overschreden, omdat ruim zes jaar verstreken is tussen de buitenlandse beslissing en de ontvangst van het certificaat in Nederland. De rechtbank oordeelt dat dit niet leidt tot weigering van erkenning, omdat het hier gaat om tenuitvoerlegging van een onherroepelijk vonnis en niet om vervolging.
Een subsidiair verzoek tot aanhouding van de procedure om aanvullende stukken te verkrijgen wordt eveneens afgewezen. De rechtbank concludeert dat er geen weigeringsgronden zijn en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.