Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
cjib-zaaknummer 300000157
Rechtbank Noord-Nederland
Veroordeelde stelde beroep in tegen de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebevel van €1.000.000 opgelegd door de Rechtbank van Eerste Instantie te Luik, België. De rechtbank toetste het beroep op grond van artikel 39 WWETGC Pro en Verordening 2018/1805.
De verdediging voerde aan dat het strafbare feit deels op Nederlands grondgebied was gepleegd en dat er sprake was van ongelijkheid in afdoening, maar dit beroep op de facultatieve weigeringsgrond faalde omdat de feiten ook in Nederland strafbaar zijn. Tevens werd aangevoerd dat het recht op een effectief rechtsmiddel was geschonden door onmenselijke detentieomstandigheden in België, waardoor veroordeelde geen hoger beroep kon instellen.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden in de Belgische gevangenissen zorgelijk waren maar onvoldoende om te concluderen dat veroordeelde feitelijk geen keuze had om beroep in te stellen. De relatief korte duur van de staking en detentie in die omstandigheden en het tijdsverloop tussen vonnis en onherroepelijkheid gaven veroordeelde voldoende gelegenheid tot verweer.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het subsidiair verzoek tot aanhouding af. De beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van het confiscatiebevel blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van het Belgische confiscatiebevel wordt ongegrond verklaard.