Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door plotseling met kracht, terwijl die [slachtoffer 3] op die fiets zat, het stuur van die fiets beet te pakken en/of die fiets naar zich toe te trekken, waardoor die [slachtoffer 3] van de fiets is gevallen en waarop hij,
verdachte (vervolgens) op die fiets is weggefietst.
De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Beoordeling van het bewijs
rechtbank: lees Kolhorsterweg)te Spijk. De uitvraag betrof een fietser die van de weg was gereden door een zwarte Volkswagen Golf. Wij zagen een persoon in de sloot liggen. Wij zagen dat naast de persoon een fiets in de sloot lag. Het slachtoffer was levenloos. Ik, verbalisant, kreeg van een collega van de motordienst die ook ter plaatse was een identiteitskaart van het slachtoffer aangereikt. Deze vond de collega in een portemonnee die in de sloot lag bij het slachtoffer. Op de identiteitskaart zag ik de volgende gegevens staan: [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] . Ik, verbalisant, kende het slachtoffer ambtshalve. Toen ben ik opnieuw naar het slachtoffer gelopen om hem in het gezicht te kijken. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , herkende het overleden slachtoffer inderdaad als [slachtoffer 1] .
achterwiel), betrokkene vervolgens hard tegen de voorruit is geslingerd (met schuin naar links gedraaid lichaam, arm tussen ruit en borstkas, hoofd zijwaarts tegen voorruit) en vandaar is gelanceerd richting greppel, waar hij op zijn buik is geland en waarbij het hoofd mogelijk met een hernieuwde klap tegen de zijkant van de greppel is geknald.
Vanaf die plek stond ik hemelsbreed ongeveer 150 meter vanaf de N363. Ik had mijn personenauto daar geparkeerd. Ik denk dat ik daar ongeveer een tien minuten heb gestaan. Op een gegeven stapte ik uit om een foto van mijn personenauto een oranje Volkswagen
Polo te maken. Op het moment dat ik die foto maakte was het tijdstip 15:01 uur. Op dat moment hoorde ik gierende autobanden. Ik keek in de richting van waar het geluid vandaan kwam. Ik zag een zwarte Volkswagen, type Golf midden op de weg en ik vermoed boven op het verdrijvingsvlak zijn voertuig met piepende banden keren. Ik zag dat deze personenauto met hoge snelheid en hard optrekkend in de richting van Oosteinde verdween. Ik had daarna geen zicht meer op het voertuig, dit omdat de bomen die bij het parkeerplaats stonden het zicht mij verder ontnam. Ik had ook meteen het idee dat deze personenauto uit de richting van Oosteinde kwam en in eerste instantie gaande was in de richting van Spijk.
Uit het onderzoek kon blijken dat de bestuurder van de Volkswagen daarmede had gereden over de Lage Trijnweg (
rechtbank: lees Kolhorsterweg)te Spijk, komende uit de richting van de Provincialeweg N363 (Hogelandsterweg). Ter hoogte van perceelnummer 13 kwam de Volkswagen met de rechter voorzijde in botsing met de achterzijde van de fiets. Als gevolg van deze botsing ontstond schade aan de rechtervoorzijde van de Volkswagen. Daarnaast werd de achterzijde van de fiets fors beschadigd. De fiets werd weggeslingerd, schoof door de rechter grasberm en kwam uiteindelijk tot stilstand in de greppel naast de berm. De fietser, het slachtoffer, kwam in botsing met de voorruit en de dakrand van de Volkswagen, werd weggeslingerd en kwam eveneens in de greppel terecht. Als gevolg van deze botsing overleed het slachtoffer ter plaatse aan zijn verwondingen opgelopen bij het ongeval. De voorruit en de dakrand van de Volkswagen werden ernstig beschadigd. Wegens het ontbreken van banden- en krassporen op het wegdek kon de exacte botsplaats niet bepaald worden. De botsplaats heeft in ieder geval gelegen, gezien de rijrichting van de Volkswagen, op enige afstand voor de eerste aangetroffen voertuigdelen. Het betrof een recht weggedeelte. De fiets en het slachtoffer werden in de rechter greppel aangetroffen. Alle aangetroffen voertuigdelen en overige voorwerpen werden aan de rechterzijde van de rijbaan aangetroffen dan wel in de rechter berm/greppel. De aangetroffen voertuigdelen waren allemaal afkomstig van de rechter voorzijde van de Volkswagen. Gezien het vorenstaande is het vrijwel zeker dat de aanrijding tussen de fiets en de Volkswagen had plaats gevonden aan de rechterzijde van de rijbaan. Er werden geen aanwijzingen gevonden waaruit zou kunnen blijken dat de fietser zich op het moment van de botsing nabij het midden, dan wel aan de linkerzijde van de rijbaan bevond. Ter plaatse gold een maximum toegestane snelheid van 60 km/h. Gezien het schadebeeld is het niet onwaarschijnlijk dat de snelheid van de Volkswagen op het moment van de botsing circa 60 km/h. was geweest. Er werden geen aanwijzingen gevonden waaruit zou kunnen blijken dat de snelheid van de Volkswagen op het moment van de botsing aanmerkelijk hoger zou zijn geweest dan 60 km/h. Er werden geen sporen op het wegdek aangetroffen waaruit zou kunnen blijken dat de bestuurder van de Volkswagen handelingen zou hebben verricht met de bedoeling een aanrijding te voorkomen. Bandensporen die mogelijk zouden kunnen ontstaan bij een krachtige (nood)remming dan wel bij een forse uitwijkmanoeuvre werden niet aangetroffen.
Ik was op vrijdag 14 augustus 2020 omstreeks 15:00 uur samen met mijn vrouw, genaamd [getuige 4] , aan het fietsen in de richting van Spijk. Op het moment dat wij stil stonden bij het kruispunt van de Spijksterweg – Wortelpot en de N363 ter hoogte van Spijk, hoorde ik en zag ik dat er een auto met verhoogde snelheid aan kwam rijden. Ook hoorde ik duidelijk het geluid van piepende banden. Vervolgens zag ik een zwarte personenauto met verhoogde snelheid aan komen rijden vanaf de Wortelpot in de richting van de N363. Ik zag dat de bestuurder zonder naar links of naar rechts te kijken linksaf de N363 op reed in de richting van Roodeschool. Ik zag dat een personenauto, van het merk Nissan, komende uit Roodeschool, rijdend op de N363, moest uitwijken voor de zwarte Golf. Gezien de snelheid en het rijgedrag van de zwarte Golf dacht ik nog "Wat een mafketel". Ik zag dat de voorruit van de zwarte Golf aan de bijrijderskant helemaal kapot was. Ik dacht nog daar kun je niets door zien.
Ik was op vrijdag 14 augustus 2020 omstreeks 15:00 uur samen met mijn man, genaamd [getuige 3] , aan het fietsen in de richting van Spijk. Op het moment dat wij stil stonden bij het kruispunt van de Spijksterweg – Wortelpot en de N363 ter hoogte van Spijk, hoorde ik en zag ik dat er een auto met verhoogde snelheid aan kwam rijden. Ook hoorde ik piepende banden. Vervolgens zag ik een zwarte personenauto met verhoogde snelheid vanaf de Wortelpot in de richting van de N363 aan komen rijden. Ik zag dat de bestuurder van de zwarte personenauto de N363 op reed in de richting van Roodeschool.
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 21 augustus 2020, opgenomen op pagina 120 e.v. van voornoemd, inhoudende als verklaring van [getuige 5] :
Op vrijdag 14 augustus 2020 omstreeks 15:00 uur was ik chauffeur van een lijnbus met opdruk van Qbuzz. Omstreeks 15:05 uur reed ik in Uithuizermeeden en stopte ik bij de bushalte Lange Drift. De reden waarom ik stopte was omdat er een vrouw wilde instappen. Het moment dat de vrouw instapte reed er een zwarte Golf over de stoep. De vrouw die in mijn bus stapte werd bijna geraakt door de Golf. Ik vermoed dat als de Golf één seconde eerder langs was gereden de vrouw geraakt was door de Golf. In mijn optiek had de vrouw een engel op haar schouder. Ik zag dat de Golf over de stoep tegen een prullenbak aanreed naast de bushalte. Toen hij hier tegen aan reed zag ik dat de bestuurder van de Golf direct weer in zijn achteruit ging. De Golf reed achteruit en draaide achter mijn bus om. Hij reed vervolgens in de richting van Johan van Veenplein. De prullenbak waar hij tegen aanreed is vernield. Ik zag namelijk dat de paal waaraan de prullenbak bevestigd zat uit de grond was. Ik vermoed dat de Golf ook nog de woning bij de bushalte geraakt heeft. Het moment dat de Golf in zijn achteruit ging zag ik dat de voorruit van de Golf zwaar beschadigd was. Vooral aan de linker voorzijde van het voertuig.
Op vrijdag 14 augustus 2020. omstreeks 15:00 uur was ik als wijkagent werkzaam. Om 15:15 uur kreeg ik van de meldkamer de melding dat er een eenzijdige aanrijding had plaatsgevonden op de Maarvlietweg te Oosternieland. Ter plaatse aangekomen trof ik in de bermsloot/greppel naast de Maarvlietweg te Oosternieland een zwarte Volkswagen Golf aan voorzien van het kenteken [kenteken] .
Van roekeloosheid als bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 in samenhang met artikel 175, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is sprake indien zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Of sprake is van roekeloosheid in deze zin zal afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval. Mede met het oog op het strafverhogende effect van dit bestanddeel moeten daarom aan de vaststelling dat sprake is van roekeloosheid, als zwaarste vorm van schuld, grenzend aan opzet, bepaaldelijk eisen worden gesteld. Uit de jurisprudentie valt af te leiden dat slechts zelden roekeloosheid kan worden aangenomen
Bewezenverklaring
opzettelijk en wederrechtelijk de garagedeur behorende bij de woning
[straatnaam] en een personenauto (merk Toyota, type C-HR,
kenteken [kenteken] ), geheel of ten dele aan een ander, te weten aan
een fiets (Batavus, blauw), toebehorende aan [slachtoffer 3] ,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 3] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet;
poging tot zware mishandeling;
overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
1. [benadeelde partij 2](ten aanzien van het onder parketnummer 18/208912-20 onder 1 ten laste gelegde), tot een bedrag van € 17.500,00 ter vergoeding van affectieschade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [benadeelde partij 3](ten aanzien van het onder parketnummer 18/208912-20 onder
3. [benadeelde partij 1](ten aanzien van het onder parketnummer 18/163191-20 ten laste gelegde), tot een bedrag van € 2.517,63 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling
Inbeslaggenomen goederen
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.
een gedeelte, groot één jaarniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
[benadeelde partij 2]in de vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[benadeelde partij 3]in de vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[benadeelde partij 1]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 2.517,63(zegge: tweeduizend vijfhonderdzeventien euro en drieënzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2020.