De moeder van een minderjarige kampt met ernstige psychiatrische problematiek, waaronder meerdere psychoses met gedwongen opnames, waardoor zij tijdelijk niet in staat is het ouderlijk gezag uit te oefenen. Haar moeder (oma) en zus (tante) verzoeken gezamenlijk benoemd te worden tot tijdelijke voogd om de belangen van de minderjarige te waarborgen.
De moeder erkent haar situatie en de zorgen van de familie, maar verzet zich tegen het verzoek en stelt dat zij haar ouderlijk gezag nog uitoefent. Zij stelt voor een volmacht te verlenen, maar oma en tante hebben hier twijfels over de praktische uitvoerbaarheid.
De rechtbank constateert dat de situatie niet vergelijkbaar is met eerdere jurisprudentie over onbekende verblijfplaats van de ouder, maar hier gaat het om tijdelijke ongeschiktheid door psychische stoornissen. Daarom wordt een uitgebreid onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming gelast om te adviseren over de voogdij en de beste regeling bij terugkerende psychoses.
De zaak wordt aangehouden tot het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en verdere standpunten van partijen. De rechtbank benadrukt de goede onderlinge verstandhouding en het belang van de minderjarige.
De beschikking is gegeven door kinderrechter G.J. Baken te Leeuwarden op 20 december 2021.