ECLI:NL:RBNNE:2021:5639

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2021
Publicatiedatum
11 maart 2022
Zaaknummer
171005
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:160 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging partneralimentatieverplichting na overlijden verzoeker en voortzetting procedure door erfgenamen

De man heeft een verzoek ingediend tot beëindiging van zijn partneralimentatieverplichting omdat de vrouw samenleeft als ware zij gehuwd. Na de mondelinge behandeling is de man op 8 januari 2021 overleden. De advocaat van de man heeft daarop de zaak ingetrokken.

De rechtbank acht deze intrekking voorbarig omdat niet duidelijk is of de man erfgenamen nalaat en of deze de nalatenschap hebben aanvaard en de procedure willen voortzetten. Daarom wordt de advocaat opgedragen om hierover schriftelijk te rapporteren met bewijsstukken zoals de akte van overlijden en verklaring van erfrecht.

De vrouw krijgt vervolgens de gelegenheid om hierop te reageren. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar een pro forma zitting op 25 maart 2021. Het doel is duidelijkheid te verkrijgen over de voortzetting van de procedure na het overlijden van de verzoeker.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verlangt nadere informatie over erfgenamen en voortzetting van de procedure na overlijden verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rekestnummer: C/17/171005 / FA RK 20-68
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 24 februari 2021
inzake
wijlen [de man],
laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: de man,
advocaat: mr. H. de Jong, kantoorhoudende te Leeuwarden,
tegen
[de vrouw]
wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A. van der Pol, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1.Procesverloop

1.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 21 oktober 2020, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd, is de zaak verwezen naar de pro forma zitting van 19 november 2020, met opdracht aan de vrouw zoals weergegeven in deze beschikking.
1.2.
De rechtbank heeft kennis genomen van een faxbericht van de vrouw van 19 november 2020 met de mededeling dat ze de in deze brief genoemde getuigen door de rechtbank wil laten horen.
1.3.
De zaak is vervolgens gepland voor getuigenverhoor op 11 februari 2021 om 09:30 uur.
1.4.
Bij bericht van 14 januari 2021 heeft mr. De Jong de rechtbank bericht dat de man op 8 januari 2021 is overleden. Mr. de Jong heeft de onderhavige zaak ingetrokken. Gelet op voormeld bericht is het geplande getuigenverhoor op 11 februari 2021 niet doorgegaan.

2.Beoordeling

2.1.
Gelet op de aanwezige bescheiden overweegt de rechtbank als volgt.
2.2.
Volgens de advocaat van de man is de man op 8 januari 2021 overleden, derhalve na de mondelinge behandeling van deze zaak en voordat de rechtbank de door de vrouw aangedragen getuigen heeft gehoord. De advocaat heeft in verband daarmee de zaak bij bericht van 14 januari 2021 ingetrokken. Dit lijkt de rechtbank echter voorbarig, nu het de rechtbank niet bekend is of de man erfgenamen nalaat en zo ja, of deze de nalatenschap van de man (zuiver) hebben aanvaard. In het verlengde daarvan is het de rechtbank niet duidelijk of de eventuele erven de procedure willen overnemen. Mr. de Jong dient zich over vorenstaande uit te laten, met onderliggende bewijsstukken zoals de akte van overlijden, een verklaring van erfrecht en een schriftelijke verklaring van de erfgenamen, en de rechtbank en de wederpartij hierover te informeren. De rechtbank zal mr. De Jong hiertoe in de gelegenheid stellen zoals hierna onder 'Beslissing' is opgenomen. De vrouw zal in de gelegenheid gesteld worden een reactie hierop in te zenden.
De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden en beslist als volgt.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verwijst de zaak naar de pro forma datum van
25 maart 2021;
3.2.
draagt mr. H. de Jong op om uiterlijk twee weken vóór deze pro forma datum, zijnde uiterlijk op
11 maart 2021, zich uit te laten zoals in overweging 2.2. hierboven is overwogen en de daarbij behorende stukken over te leggen;
3.3.
stelt de vrouw in de gelegenheid uiterlijk op de pro forma datum van
25 maart 2021een reactie in te dienen op hetgeen mr. H. de Jong heeft gesteld en ingezonden;
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. M. van der Hoeven, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op
woensdag 24 februari 2021in tegenwoordigheid van de griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat. worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden
fn: 433