ECLI:NL:RBNNE:2021:5641

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 oktober 2021
Publicatiedatum
11 maart 2022
Zaaknummer
171005
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:157 lid 2 BWArt. 1:160 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging partneralimentatieverplichting na overlijden verzoeker en niet-overname procedure door erfgenamen

De man verzocht de rechtbank om de partneralimentatieverplichting jegens zijn ex-partner te beëindigen op grond van het samenleven van de vrouw als ware zij gehuwd. Na het overlijden van de man op 8 januari 2021 heeft de rechtbank de erfgenamen verzocht om de procedure over te nemen.

De rechtbank ontving een verklaring van erfrecht waarin de erfgenamen werden geïdentificeerd. Vervolgens werden alle erfgenamen per brief verzocht om aan te geven of zij de procedure wilden voortzetten en zich middels een advocaat wilden stellen. De rechtbank gaf aan dat zij geen verklaring van de erfgenamen kon meenemen zonder zekerheid over de herkomst.

Omdat de rechtbank geen reactie ontving van de erfgenamen binnen de gestelde termijn, concludeerde zij dat de erfgenamen de procedure niet wensen voort te zetten. Hierdoor is de procedure geëindigd en hoeft de rechtbank geen inhoudelijke beslissing meer te nemen over de partneralimentatieverplichting.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de procedure omdat de erfgenamen de procedure niet hebben overgenomen na het overlijden van de man.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rekestnummer: C/17/171005 / FA RK 20-68
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 12 oktober 2021
inzake
wijlen […],
laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: de man,
advocaat mr. H. de Jong, kantoorhoudende te Leeuwarden,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: de vrouw,
advocaat mr. A. van der Pol, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 19 mei 2021, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd, heeft de rechtbank mr. De Jong opgedragen de namen en adressen van alle erfgenamen aan de rechtbank te verstrekken met bewijs dat dit ook de erfgenamen zijn, bijvoorbeeld door het overleggen van een verklaring van erfrecht.
1.2.
Op 8 juni 2021 heeft de rechtbank van mr. De Jong een verklaring van erfrecht ontvangen, waaruit onder meer blijkt wie de erfgenamen zijn en waarin de namen en adressen van de erfgenamen zijn opgenomen.
1.3.
Op 13 juli 2021 heeft de rechtbank alle erfgenamen afzonderlijk per brief verzocht om aan te geven of zij de procedure als erfgenaam willen overnemen en voortzetten en zo ja, om zich dan middels een advocaat te stellen in de procedure. Ook is in deze brief aangegeven dat de rechtbank de eerder door mr. De Jong in het geding gebrachte verklaringen van de zijde van de erfgenamen niet kan meenemen, omdat de rechtbank niet met zekerheid kan vaststellen of deze van de erfgenamen afkomstig zijn. Tot slot is aangegeven dat indien de rechtbank op uiterlijk 26 augustus 2021 geen bericht van de erfgenamen heeft ontvangen, de rechtbank ervan uitgaat dat de erfgenamen de procedure niet willen overnemen.

2.Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 1:157 lid Pro 2 (oud) Burgerlijk Wetboek (BW) is de onderhoudsverplichting van de man als onderhoudsplichtige jegens de vrouw door zijn overlijden op 8 januari 2021 per die datum geëindigd.
2.2.
Met betrekking tot de periode tussen de datum van echtscheiding, dan wel de datum waarop het verzoekschrift van de man tot het verkrijgen van een verklaring voor recht is ingediend, en het overlijden van de man, is door de rechtbank nog geen eindbeslissing genomen. Omdat de rechtbank geen bericht van de erfgenamen heeft ontvangen naar aanleiding van de door haar aan alle erfgenamen toegestuurde brieven, gaat de rechtbank ervan uit dat de erfgenamen de procedure niet willen overnemen. Dit heeft tot gevolg dat deze procedure is geëindigd en dat de rechtbank niet meer hoeft te beslissen.

3.Beslissing

De rechtbank:
verstaat dat zij niet meer hoeft te beslissen.
Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. M. van der Hoeven, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op
dinsdag 12 oktober 2021in tegenwoordigheid van de griffier.
fn: 889