ECLI:NL:RBNNE:2021:5747
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aanvullend vonnis over aansprakelijkheid bestuurder voor voorschot op boedeltekort in faillissement
In deze zaak heeft de curator in het faillissement van een besloten vennootschap verzocht om het herstelvonnis van 30 december 2020 te wijzigen. Hij stelde dat hij wel degelijk had gereageerd op het verzoek tot herstel van 1 december 2020, maar dat zijn reactie niet was meegewogen. Daarnaast voerde hij aan dat het boedeltekort veel groter is dan het gevorderde voorschot en dat daarom ook de mede-bestuurder volledig aansprakelijk zou moeten worden gesteld voor het voorschot.
De rechtbank constateerde dat de reactie van de curator inderdaad tijdig was ontvangen door de griffie, maar administratief niet bij de kamer was terechtgekomen. Desondanks oordeelde de rechtbank dat dit de inhoudelijke beslissingen niet beïnvloedt. De rechtbank handhaafde haar eerdere oordeel dat de mede-bestuurder slechts voor 50% aansprakelijk is vanwege haar beperkte betrokkenheid en de ernst van de verwijten.
De rechtbank motiveerde dat het onredelijk zou zijn om de mede-bestuurder hoofdelijk aansprakelijk te houden voor het volledige voorschot, omdat dit in strijd zou zijn met de billijkheidscorrectie die op haar van toepassing is. De curator had de mogelijkheid om de mede-bestuurder voor het gehele boedeltekort aan te spreken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Het dictum van de eerdere vonnissen blijft ongewijzigd, maar deze worden aangevuld met deze overwegingen. Het verzoek van de curator tot wijziging wordt afgewezen. Het vonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van het herstelvonnis wordt afgewezen en de aansprakelijkheid van mede-bestuurder blijft beperkt tot 50% van het voorschot.