ECLI:NL:RBNNE:2021:5760

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 november 2021
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
LEE 21/3271
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken connexiteit

Verzoeker diende op 5 oktober 2021 een verzoek in tot het treffen van een voorlopige voorziening, met als onderliggende procedure een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak van 8 september 2017 over aanspraken op grond van de Ziektewet.

Verzoeker vroeg tevens om opschorting van de behandeling van meerdere zaken die betrekking hebben op geschillen met de Belastingdienst inzake de Inkomstenbelasting. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze zaken niet connex zijn met de onderliggende procedure en dat het aan de belastingrechter is om te beslissen over uitstel.

Gezien het ontbreken van connexiteit werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 18 november 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 21/3271

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 november 2021 in de zaak van

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

Procesverloop

Verzoeker heeft bij schrijven van 5 oktober 2021 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Op 5 oktober 2021 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Hij heeft daarbij als onderliggende procedure vermeld de procedure die is geregistreerd onder nummer 21/2765.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de procedure 21/2765 een verzoek tot herziening van de in rechte vaststaande uitspraak van de rechtbank van 8 september 2017 betreft (registratienummer 17/151). Deze uitspraak gaat over een geschil van verzoeker met de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen inzake de aanspraken van verzoeker op grond van de Ziektewet.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd te bepalen dat de behandeling van de zaken 21/907, 21/908, 21/914 en 21/954 wordt opgeschort. De voorzieningenrechter stelt vast dat deze zaken gaan over geschillen die eiser heeft met de Belastingdienst inzake de Inkomstenbelasting.
De voorzieningenrechter overweegt dat het aan de belastingrechter is om te beslissen op een eventueel verzoek om uitstel van de behandeling van deze zaken. De voorzieningenrechter stelt vast dat deze geschillen niet connex zijn aan de zaak die is geregistreerd onder nummer 21/2765.
Gelet op het ontbreken van connexiteit wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2021.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.