Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1],
[gedaagde sub 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Tussen partijen is een huurovereenkomst gesloten voor een vakantiehuis van 1 tot en met 15 mei 2020, waarvoor een aanbetaling van €300 is gedaan. De huurder stelde vanwege de coronapandemie de huurperiode een jaar te willen opschorten, wat door de verhuurders werd opgevat als annulering. De verhuurders boden coulance door de aanbetaling als annuleringskosten te hanteren en een kosteloze omboeking binnen 2020 aan te bieden.
De huurder vorderde terugbetaling van de aanbetaling met de stelling dat de verhuurders de overeenkomst hadden geannuleerd, waardoor sprake zou zijn van onverschuldigde betaling. De verhuurders betwistten dit en stelden dat de huurder zelf had geannuleerd en annuleringskosten verschuldigd was.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder uit zijn e-mail van 3 april 2020 duidelijk had gemaakt geen gebruik te willen maken van het gehuurde en daarmee de overeenkomst had geannuleerd. De verhuurders hadden het huis beschikbaar gesteld en boden coulance aan, maar de huurder maakte hier geen gebruik van. De vordering tot terugbetaling van de aanbetaling werd daarom afgewezen en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de aanbetaling van €300 wordt afgewezen.