De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 2 maart 2021 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel corrumperen en schennis van de eerbaarheid. Verdachte zou zich in de periode van september 2019 tot februari 2020 op verschillende plaatsen in Nederland schuldig hebben gemaakt aan het tonen van zijn ontblote geslachtsdeel en masturberen in het openbaar, soms in het zicht van minderjarigen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen voor seksueel corrumperen, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte de minderjarigen actief had bewogen om getuige te zijn van seksuele handelingen. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan meerdere gevallen van schennis van de eerbaarheid. Verdachte bekende deze feiten en het bewijs bestond uit verklaringen van slachtoffers en getuigen.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de jonge leeftijd van de slachtoffers, en de psychologische rapportage waaruit bleek dat verdachte leed aan diverse stoornissen die zijn gedrag beïnvloedden. Verdachte kreeg een taakstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 3 jaar, inclusief bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht.
De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden afgewezen wegens het ontbreken van voldoende ernstige psychische schade en het niet aannemelijk maken van materiële schade. De rechtbank wees ook het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging af, omdat de minderjarige slachtoffers voldoende gelegenheid hadden gehad hun mening kenbaar te maken.