ECLI:NL:RBNNE:2021:740

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 maart 2021
Publicatiedatum
9 maart 2021
Zaaknummer
18/820097-19 toetsing ISD
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:14 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging maatregel plaatsing stelselmatige dader

De rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 9 maart 2021 het verzoek van veroordeelde tot tussentijdse beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) afgewezen. De ISD-maatregel was opgelegd op 26 augustus 2019 voor de duur van twee jaar en is op 10 september 2019 aangevangen.

De verdediging stelde dat de maatregel te zwaar weegt en niet meer doelmatig is, mede gelet op positieve rapportages en een incident waarbij veroordeelde positief testte op amfetamine. De officier van justitie en de inrichting adviseerden voortzetting van de maatregel. De rechtbank nam kennis van diverse rapporten, waaronder een tussentijds rapport van de P.I. Zwolle en verklaringen van een GZ-psycholoog.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting noodzakelijk blijft vanwege het risico op recidive, het belang van behandeling die nog niet is afgerond, en de beperkte mogelijkheden voor begeleid wonen. Hoewel de maatregel spanning veroorzaakt, acht de rechtbank deze spanning niet zodanig dat de maatregel zijn doel voorbijschiet. De rechtbank concludeerde dat zonder voortzetting de kans groot is dat veroordeelde terugvalt in crimineel gedrag.

De beslissing is genomen na openbare behandeling waarbij veroordeelde, haar raadsvrouw, de officier van justitie en deskundigen aanwezig waren. De rechtbank bepaalde dat de ISD-maatregel moet worden voortgezet en wees het verzoek tot beëindiging af.

Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en voortzetting van de maatregel is vereist.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/820097-19
beslissing van de meervoudige raadkamer d.d. 9 maart 2021 naar aanleiding van een verzoek tot tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats],
thans verblijvende te [straatnaam], [woonplaats] ([instelling]),
te dezer zake domicilie kiezende te [straatnaam], [plaats],
hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft bij vonnis van 26 augustus 2019 aan veroordeelde de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd voor de duur van twee jaren (hierna: de ISD-maatregel). De ISD-maatregel is aangevangen op 10 september 2019.
Bij brief van 19 januari 2021 heeft de raadsvrouw van veroordeelde de rechtbank verzocht de noodzaak van de voortzetting van de ISD-maatregel tussentijds te beoordelen.
De rechtbank heeft kennis genomen van de zich in het dossier van veroordeelde bevindende stukken, waaronder het rapport ten behoeve van de tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel, gedateerd 12 februari 2021, opgemaakt door A. Ytsma, senior casemanager P.I. Zwolle en [naam], plaatsvervangend vestigingsdirecteur in de inrichting, het voortgangsverslag van VNN, gedateerd 5 januari 2021, en de verklaringen van GZ-psycholoog R. Suelmann, gedateerd 4 augustus 2020, en 9 februari 2021.
De behandeling heeft in het openbaar plaatsgevonden op 23 februari 2021, waarbij de veroordeelde (via videoverbinding, beeld en geluid), haar raadsvrouw mr. J. Boelstra, de officier van justitie mr. T. Pitstra en de deskundige A. Ytsma aanwezig waren.

Beoordeling

Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van veroordeelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de ISD-maatregel moet worden beëindigd. De ISD-maatregel weegt te zwaar voor veroordeelde en door de maatregel komt veroordeelde niet verder. Daarnaast blijkt uit de verklaringen van GZ-psycholoog R. Suelmann dat de ISD-maatregel niet meer doelmatig is en dat de maatregel een averechtse werking heeft op veroordeelde. Het incident dat zich heeft voorgedaan in januari kan te maken hebben met het feit dat de ISD-maatregel onevenredig veel spanning oproept bij veroordeelde. Tot slot zijn alle rapportages omtrent veroordeelde positief.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ISD-maatregel dient te worden voortgezet.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is.
De P.I. Zwolle heeft de rechtbank geadviseerd de ISD-maatregel te laten voortduren. Daartoe is in het rapport van 12 februari 2021 en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting onder meer het volgende aangevoerd.
Veroordeelde verblijft sinds 3 maart 2020 in het kader van de extramurale fase van de ISD-maatregel in [instelling], alwaar zij klinisch wordt behandeld. In de huidige fase is met name aandacht voor het uitstromen richting de maatschappij. Gezien het beperkte en enigszins risicovolle netwerk van veroordeelde zijn er maar weinig geschikte verlofadressen waar veroordeelde tijdens haar vrijheden kan verblijven. Tijdens het weekendverlof van 17 tot en met 18 januari 2021 heeft zich een incident voorgedaan, waarbij veroordeelde positief is getest op amfetamine. Normaal gesproken wordt de veroordeelde bij een dergelijk incident teruggeplaatst, maar de directeur heeft besloten het bij een officiële waarschuwing te laten nu veroordeelde heeft aangegeven mee te werken aan PMT en veroordeelde tot op heden abstinent is gebleven. In het verleden is schematherapie aangeboden aan veroordeelde, maar deze behandeling heeft zij niet afgerond omdat de behandeling voor haar te dichtbij kwam. Het is momenteel nodig om deze behandeling in te gaan zetten in het kader van de ISD-maatregel, nu behandeling in dit kader bescherming biedt. Veroordeelde heeft tot voor kort aangegeven niet begeleid te willen gaan wonen, maar heeft onlangs aangegeven hier voor open te staan. Deze omslag is erg pril.
De ISD-maatregel geeft mogelijk druk voor veroordeelde, maar veroordeelde moet hiermee leren omgaan. Ook na afloop van de maatregel blijft veroordeelde immers druk houden vanuit de reclassering. Voorafgaand aan de ISD-maatregel is er intensieve begeleiding geweest vanuit Unlimited en de reclassering, met zowel ambulante als klinische behandeling. Dit is onvoldoende gebleken ter voorkoming dan wel vermindering van recidive.
Uit het voortgangsverslag van VNN blijkt dat dat de informatie over veroordeelde vanuit [instelling] positief is.
De GZ-psycholoog R. Suelmann heeft de rechtbank in overweging gegeven dat de ISD-maatregel mogelijk te veel vraagt van veroordeelde. Het is daarbij de vraag hoe de ISD-maatregel zich verhoudt tot de in het rapport van de P.I. Zwolle beschreven ontwikkelingen. De ervaring leert dat het mentaliserende vermogen van veroordeelde meer onder druk komt te staan bij spanningen, waardoor de kans om adequate copingstrategieën toe te passen afneemt. De spanning die de maatregel met zich meebrengt, stimuleert de neiging van veroordeelde tot overcompenseren.
Gelet op het rapport van de P.I. Zwolle en hetgeen ter zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nog steeds noodzakelijk is ter voorkoming van recidive, het leveren van een bijdrage aan de oplossing van de problematiek van veroordeelde en een optimale bescherming van de maatschappij. Daartoe overweegt de rechtbank in het bijzonder dat voorafgaand aan de oplegging van de ISD-maatregel op allerlei verschillende manieren - waaronder bijzondere voorwaarden met reclasseringscontact - is getracht veroordeelde te behandelen en begeleiden ter voorkoming van recidive. Al deze pogingen zijn op niets uitgelopen. Om die reden is uiteindelijk de ISD-maatregel opgelegd. Nu de behandeling thans nog niet is afgerond en er recent ook een incident heeft plaatsgevonden ziet de rechtbank geen ruimte om de ISD-maatregel nu te beëindigen. De rechtbank acht de kans groot dat veroordeelde zonder de ISD-maatregel terugvalt in haar oude levenspatroon en opnieuw (vermogens)delicten gaat plegen. Hoewel de rechtbank ziet dat veroordeelde het goed doet in de kliniek, meer inzicht heeft gekregen in haar problematiek en zij stappen heeft gezet in hoe zij tegen haar toekomst aankijkt, is behandeling en begeleiding nog steeds geboden.
De rechtbank ziet dat de ISD-maatregel de nodige druk en spanning bij veroordeelde teweeg brengt, zoals door deskundige Suelmann is gesignaleerd. Dat deze druk en spanning zodanig zijn dat de ISD-maatregel zijn doel voorbij schiet ziet de rechtbank echter niet. Iedere vorm van toezicht zal druk en spanning voor veroordeelde meebrengen, terwijl zij die in de ogen van de rechtbank wel nodig heeft. Het is aan veroordeelde om ook die druk en spanning een plek te geven en daarmee om te leren gaan.
De rechtbank zal het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel afwijzen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders af;
- bepaalt dat voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is vereist.
Deze beslissing is gegeven door mr. H. Brouwer, voorzitter, mr. A. Jongsma en mr. S. Timmermans, rechters, bijgestaan door mr. E.F. Jonkman, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2021.