ECLI:NL:RBNNE:2021:799
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing zorgregeling kerstvakantie
De moeder verzocht de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing van de Gecertificeerde Instelling (GI) van 21 december 2020 geheel te laten vervallen. Deze aanwijzing betrof de regeling van de omgang van de kinderen met de vader tijdens de kerstvakantie 2020/2021. De moeder stelde dat de GI niet bevoegd was deze aanwijzing te geven, omdat de zorgregeling reeds bij beschikking van 30 september 2020 door de rechtbank was vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat de GI op grond van artikel 1:263 BW Pro schriftelijke aanwijzingen kan geven, maar dat volgens de Hoge Raad van 14 december 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2321) bij een ondertoezichtstelling de GI alleen via artikel 1:265g BW de kinderrechter kan verzoeken een zorgregeling vast te stellen of te wijzigen. De GI had echter niet de zorgregeling gewijzigd, maar slechts een nadere invulling gegeven aan de reeds vastgestelde regeling.
De ouders hadden geruime tijd geprobeerd onderling overeenstemming te bereiken over de verdeling van de kerstvakantie, maar dit was niet gelukt. De GI heeft daarom in het belang van de kinderen een schriftelijke aanwijzing gegeven die de zorgregeling concreet invult, waarbij het aantal overdrachtsmomenten beperkt werd en de verdeling van de feestdagen bij helfte bleef.
De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig was voorbereid en dat het arrest van de Hoge Raad de bevoegdheid van de GI om een nadere invulling te geven niet in de weg staat. Het verzoek van de moeder werd daarom afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om de schriftelijke aanwijzing van de GI te laten vervallen wordt afgewezen.