ECLI:NL:RBNNE:2021:926
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij hennepkwekerij in gekochte boerderij
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 19 maart 2021 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een hennepkwekerij in een boerderij die zij had gekocht. Het openbaar ministerie stelde dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat het pand werd gebruikt voor een hennepkwekerij, mede omdat haar partner de kwekerij zou hebben opgebouwd. De officier van justitie vorderde een taakstraf van 100 uur en verbeurdverklaring van het pand.
De verdediging stelde dat verdachte het pand als opknapper had gekocht en er geen bewijs was dat zij wist van de kwekerij. Verdachte zou er zelfs niet meer zijn geweest vanwege relationele problemen. De rechtbank overwoog dat uit het dossier niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte wist of had moeten vermoeden van de hennepkwekerij.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, waarbij één rechter niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij hennepkwekerij.